Licht en beweging worden na 1900 populair. Alles wat zich luisterrijk wil maken heeft een verlichte fontein. Een waterval bekijken is betoverend.
‘Wij kijken in de diepte en het is ons, alsof een wonderbaarlijke droom onze zinnen omfladdert’. (Walter Benjamin).
Het stromende water is de bron die het dichtst bij elektriciteit komt, modern én magisch.
Het pretpark met het reuzenrad is een verleidelijk oord in het lawaaiige gedruis van de ‘roaring twenties’.
De schreeuw, geboren uit de angst en de lust en uit de roes van de ontremming van het ik, die schreeuw wordt opgeroepen door het snelle spel met de wetten van de zwaartekracht.
‘Angstlust’ noemen de Duitsers dat.
Achtbaan en Reuzenrad leveren een ‘kosmische ervaring’: ze verzekeren ons van het dichtstbijzijnde of het allerverste. Dat levert fantasie ook, natuurlijk.

Scheveningen heeft een binnenhaven die Ir. Cornelis Lely aanlegt, als wethouder van Den Haag, rond 1910.
Daarna ziet men de platbodems alleen nog op het Panorama Mesdag, om de hoek waar Lely woont in het centrum van de residentie.
Architect Herman Sörgel heeft grotere plannen met De Natuur als zijn Gibraltardam er eenmaal ligt.
Het Europees-Afrikaanse natuurpark dat aan weerszijden zal verrijzen zal groter worden dan de tuin bij hem om de hoek in München, de Englischer Garten. Die is met 370 hectare al groter dan Central Park in New York. Mooi zo!
Om het nieuwe continent Atlantropa op te sieren denkt Sörgel eerder aan iets als het Yellowstone National Park (dat een kwart van Nederland groot is).
Pijnbomen en groen overal, en de Big Five zullen er ook zijn.
Sörgel speelt – op papier dan – met continenten als met zandkasteeltjes op het strand.
Het is rond 1930 net zo’n idyllische gedachte als de Côte d’Azur.
Maar dan niet alleen voor de rijken maar voor alle ‘Atlantropeërs’ zoals hij het nieuwe ras mensen doopt..













