Bronvermelding
Bronvermelding en/of verwijzing bij citaten
Nb Op de website www.fanatiekefantasten.nl zal deze lijst kunnen worden aangevuld/
verbeterd, door aanvullend onderzoek en/of input van lezers.
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 - Water Temmers
p. 14 ‘Ik ben ik en mijn omstandigheden’, Zijlstra, Onno, Het leven als schipbreuk. De crisisfilosofie van Ortega y Gasset (Leusden 2022), 19; Zie ook: Ortega y Gasset, ‘Wat is filosofie?’ (Den Haag 1960), 82ev.
p. 17 ‘[…] weggeknald als knopen…’, Bryson, Bill, De zomer van 1927 (Amsterdam 2014), 63.
p. 17 ‘De minister van economische…’, Bryson, De Zomer, 71.
p. 18 ‘De natuur verschaft…’, Barry, John M., Rising Tide. The Great Mississippi Flood of 1927 and How it Changed America (New York 1997), 45.
p. 19 ‘Zijn leven was werken…’, Bryson, De zomer, 66.
p. 20 ‘Achter deze golven ligt…’, Barry, Rising Tide, 280.
p. 21 ‘Onze geboortegrond opgeven…’, NRC, 12 mei 1927; Vgl. Bryson, De zomer, 73-75.
p. 21 ‘Zo veel dat het…’, Ham, Willem van der, Reuzenarbeid. De bouw van het moderne Nederland in beeld 1861-1918 (Rotterdam 2021), 29; Vgl: Rooijendijk, Cordula, Waterwolven. Een geschiedenis van stormvloeden, dijkenbouwers en droogmakers (Amsterdam 2011), 187.
p. 22 ‘De Hollander is nu eenmaal…’, Multatuli, Ideen, Verzamelde Werken, VII (Amsterdam 1907), 51ev.
p. 23 ‘[…] hoogstens voldoende zijn…’, Multatuli, Ideen, VII, 53.
p. 23 ‘[…] ‘t Ganse land….’, Multatuli, Ideen, VII, 53.
p. 23 ‘Hoe spoediger doorbraak…’, Multatuli, Ideen, VII, 54.
p. 24 ‘Ik ga achter de dijk…’, www.erfgoedheumen.nl.
p. 26 ‘We konden zien hoe…’, zie o.a. De Standaard, 25 januari 1926.
p. 27 ‘Ons Moeder stapte…’, www.erfgoedheumen.nl.
p. 28 ‘Gelukkig kwam de boot…’, Idem.
p. 28 ‘Wie het kortst…’, Heiningen, H. van, Wee den vergetenen! De watersnood van 1926 en de wederopbouw van Maas en Waal. (Z.p. 1985), 65.
p. 28 ‘Als slachtoffers…’, www.erfgoedheumen.nl.
p. 28 ‘Het land zal helaas…’, Algemeen Handelsblad, 2 januari 1926; De Standaard, 13 januari 1926.
p. 29 ‘Het leed wordt door…’, Heiningen, Wee, 69ev.
p. 30 ‘[…] in ons helaas theologisch…’, Osch, Henk van, Jonkheer D.J. de Geer. De teloorgang van een minister-president (Amsterdam 2007), 163; Voorwaarts, 9 april 1926.
p. 30 ‘Te veel vergoeding…’, De Nederlander, 8 mei 1926.
p. 31 ‘Onze actie is echter…’, Het Centrum, 3 april 1926.
p. 31 ‘[…] droevige aanblik…’, Amstelbode, 21 april 1926.
p. 31 ‘[…] Maas en Waal…’, Heiningen, Wee, 151.
p. 31 ‘[…] een waterzee…’, De Tijd, 5 januari 1926.
p. 32 ‘Gelukkig! Daar trad een redder…’, De Amsteldbode, 21 april 1926.
p. 32 ‘De zaak is zo…’, De Tijd, 8 maart 1926.
p. 32 ‘Volledige schadevergoeding.’, De Tijd, 8 maart 1926.
p. 33 ‘Het is de kleinere middenstand…’, De Tijd, 20 februari 1926.
p. 33 ‘Na de watersnood…’, Heiningen, Wee, 6.
p. 33 ‘De dorpen…’, Heiningen, Wee, 103.
p. 34 ‘Ik ben landbouwer…’, Heiningen, Wee, 125.
p. 34 ‘Dit maakt strikt recht…’, Heiningen, Wee, 147.
p. 34 ‘Met een ton…’, Heiningen, Wee, 148.
p. 34 ‘Minister Slotemaker…’, Heiningen, Wee, 151.
p. 34 ‘Maas en Waal…’, Heiningen, Wee, 151.
p. 35 ‘Wat doen ze moeilijk…’, Heiningen, Wee, 153.
p. 35 ‘Waar autoriteiten tekort schoten’, Heiningen, Wee, 166.
p. 36 ‘Aan die coalitie…’, Heiningen, Wee, 199.
p. 37 ‘En wie iets uitdacht…’, De Gids, Jaargang 12, 1848, 667ev.
p. 41 ‘Ik wil wat groots doen’, Mededeling Ed Voigt, Lelystad.
p. 41 ‘Wat is een groot…’, Ham, Willem van der, Verover mij dat land. Lely & de Zuiderzeewerken (Amsterdam 2007), 331.
p. 42 ‘En nog zie ik…’, Jansma, K., LELY bedwinger der Zuiderzee (Amsterdam 1954), 197.
p. 43 ‘Men moet mij eerst…’, Chronik 1929. Tag voor Tag in Wort und Bild. (Dortmund 1988), 72.
p. 44 ‘Wie de toekomst wil kennen, moet in het verleden bladeren.’ ‘If you want to know the future, look at the past’, Einstein, Albert. (Vertaling Mustafa Karataş) (Z.p. 2017);
p. 44 ‘Uit het hedendaagse…’, www.literatuurmuseum.nl/nl/ontdek-online/literatuurlab/online-exposities/herman-de-man/het-succes-van-het-wassende-water-1925-1927.
p. 44 ‘De werkelijke, echt…’, Het Vaderland, 3 januari 1926.
p. 45 ‘Een opkomende ijsdam…’, Man, Herman de Man, Het wassende water (Rotterdam 1925), 173ev.
p. 44 ‘Wat uitmuntend is hier…’, Vaartjes, Gé, Herman de Man. Een biografie. (Soesterberg 1999), 168.
Hoofdstuk 2 - Toekomstprofeten
p. 49 ‘[…] pestilenties sluipen de dalen…’, in Bruggen, Kees van, Het verstoorde mierennest. Een fantasie (Amsterdam 1916), 7; Nb: Voor positievere recensies zie bijv. Herman Robbers, Elseviers Maandblad, Jaargang 26, 1916.
p. 51 ‘Het is het idee…’, https://en.wikipedia.org/wiki/Frankenstein
p. 53 ‘Het meerwater…’, en overige citaten, Ramuz, C.F., Sturz in die Sonne, (Zürich 2023, 1922), 131, 143, 176; Zie ook: https://www.hofhaan.nl/2019/rokus-hofstede/c-f-ramuz-de-grote-angst-in-de-bergen-nawoord-van-de-vertaler/.
p. 56 ‘O wonder!…’, Shakespeare, William, De Storm (Vertaling Gerrit Komrij). (Amsterdam 1990), 78.
p. 58 ‘Mijn algemene indrukken…’, Huizinga, Amerika Dagboek 14 april – 19 juni 1926 (Amsterdam 1993); Nb: Voor de wisselende oordelen zie m.n., 23, 28, 29, 51, 52, 67, 86, 88, 89, 90, 97-98, 109; Vgl. Lammers, A, Uncle Sm en Jan Salie. Hoe Nederland Amerika ontdekte (Amsterdam 1989),74-76.
p. 58 ‘Over enkele jaren…’, Huxley, Aldous, Heerlijke Nieuwe Wereld (Naarden 1999, 1932), Voorwoord 1946, 16.
p. 59 ‘Niet filosofen maar figuurzagers…’, Huxley, Heerlijke, Zie XVI, XVII; Vgl. Houellebecq, Michel, Elementaire deeltjes (Amsterdam 1999), 166-173.
p. 60 ‘In feite is Aldous Huxley…’, Houellebecq, Elementaire, 170.
p. 60 ‘Ik heb allereerst…’, Huxley, Heerlijke, 10.
p. 60 ‘[…] een krankzinnig leven..’, Huxley, Heerlijke, 8.
p. 62 ‘Ik ben ik en…’, Vgl: Ortega y Gasset, José, Wat is filosofie? (Den Haag 1960, 1929), 182-211.
p. 65 ‘Hem heb ik lief…’, Goethe. J.W., Faust (Amsterdam 2006), 288.
p. 66 ‘Oh, de naïeve heer Sörgel…’, Voigt, Wolfgang, Atlantropa. Weltbauwen am Mittelmeer (Hamburg 1998), 50.
p. 67 ‘[…] op het strand van Genua…’, Voigt, Atlantropa, 8.
p. 67 ‘U heeft volkomen gelijk….’, Voigt, Atlantropa, 60.
p. 68 ‘Hoe weet u dat…’, ‘Atlantropa. Ein leben für die Vision’, Deutsches Museum (Dresden 2019), Documentaire.
p. 69 ‘Ein Leben ohne Glas…’, Thiekötter, Angelika u.a., Kristallisationen, Splitterungen. Bruno Tauts Glashaus (Basel 1993), 14.
p. 70 ‘Mij zijn de wezens…’, Scheerbart, Paul, Lesabéndio. Ein Asteroïden-Roman. Nachwort Paul Raabe (München 1964, 1913), 164.
p. 70 ‘Ik heb eigenlijk weinig op…’, Scheerbart, Paul, Rakkóx der Billionär. Ein Protzenroman. Suhrkamp 1990. (1900). Nachwort, 128; Zie ook: Frey, Hans, Fortschritt und Fiasko. Die ersten 100 Jahre der deutschen Science Fiction. Vom Vormärz bis zum Ende des Kaiserreichs 1810-1918 (Berlin 2018).
p. 72 ‘Dat de dingen die ons…’, Thiekötter, Kristallisationen, 96.
p. 79 ‘Dit werk kan uitgevoerd…’, Wenmaekers, Jerôme: Ontwerp tot het droogmaken der Zuiderzee en een gedeelte der Vriesche Wadden: algemeen overzicht en nadere verklaringen van mijn voorloopig ontwerp aangeboden aan de Nederlandsche Regeering den 30 Juni 1863 en herhaald den 25 Januari 1876. (en 1883); Vgl: https://bigthink.com/strange-maps/372-flevo-of-the-month-dutch-drainage-dreams-denied/
p. 80 ‘Welk plan behelst…’, Nieuws van de den Dag, 17 november 1876.
p. 81 ‘Door dergelijke propaganda…’, Ham, Verover, 230.
p. 82 ‘Ze betraden een…’, Hahnemann, Andy, Texturen des Globalen. Geopolitik und populäre Literatur in der Zwischenkriegszeit 1918-1939 (Heidelberg 2009), 206.
p. 82 ‘Voor mij ziet dat…’, Hahnemann, Texturen, 206.
p. 83 ‘Er duiken vele technische…’, Sörgel, Herman, Atlantropa (Zürich/München 1932), 132ev.
p. 83 ‘Niets is verbluffender…’, Kisch, Egon Erwin, De vliegende reporter (Amsterdam 1999, 1960). Nawoord, 321.
p. 83 ‘De resultaten van…’, Kisch, De vliegende, 321/322.
p. 84 ‘De bouw is een afbeelding…’, Thiekötter, Kristallisationen, 95.
Hoofdstuk 3 - Brood en spelen
p. 86 ‘Ik acht de tijd gekomen…’, Banning, Cees, (i.s.m. Ed Voigt), Cornelis Lely, Ingenieur van het nieuwe Nederland (Beilen 2018), 158-159.
p. 87 ‘[…] een krenking van…’, Stassen, M.J.L.A., Charles Ruys de Beerenbrouck. Edelman – Staatsman 1873-1936. Een leven lang een vaste waarde. (Maastricht 2005),168; Vgl. Osch, Henk van, Jonkheer D.J. de Geer, De teloorgang van een minister-president (Amsterdam 2007), 136-142.
p. 87 ‘[…] die Roomsche politiek…’, Stassen, 169.
p. 88 ‘Als ik uw catalogus…’, Kisch, Egon Erwin, Paradies Amerika (Berlin 1949, 1929), 55.
p. 88 ‘Auto’s bestormen de straten…’, Dassen, Patrick, De Weimarrepubliek 1918-1933. Over de kwetsbaarheid van de democratie (Amsterdam 1921), 341.
p. 89 ‘De onderneming moet…’, Ham, Verover, 251.
p. 91 ‘Een echt sociale, collectieve…’, Chronik 1926 Tag voor Tag in Wort und Bild (Dortmund 1985), 83.
p. 92 ‘Een stralend baken…’, Dittrich, Katinka (red.), Berlin-Amsterdam 1920-1940. (Amsterdam 1982), 251.
p. 92 ‘[…] een autoritair gezelschap…’, Wijfjes, Huub (red.), De radio. Een cultuurgeschiedenis (Amsterdam 2019), 70.
p. 96 ‘Dichters moeten gaan boksen…’, Jähner, Harald, Höhenrausch. Das kurze Leben zwischen den Kriegen (Berlin 2022), 285.
p. 96 ‘De aristocratie van de geest…’, Chronik 1927 Tag voor Tag im Wort und Bild. (Dortmund 1986), 30.
p. 98 ‘Alles is langer of korter…’, Chase, Stuart, Mensen en machines (Den Haag 1931), 173.
p. 99 ‘Het record is grenzeloos…’, Chronik 1930 Tag voor Tag im Wort und Bild. (Dortmund 1989), 189.
p. 100 ‘Herr Wilhelm Hahnke…’, Jähner, Höhenrausch, 283.
p. 100 ‘Een zesdaagse wielerwedstrijd…’, Ritter, P.H., De drang der zinnen in onzen tijd (Amsterdam 1933), 166.
p. 100 ‘De Amerikaanse film…’, Peutert, Detlev, Die Weimarer Republik. Krisenjahre der Klassischen Moderne (Frankfurt am Main 1987), 181.
p. 101 ‘Geen enkele belangstelling…’, Galen Last, H. van, ‘Het cultureel-maatschappelijke leven in Nederland 1918-1940’, in: Algemene Geschiedenis der Nederlanden. Nederland en België 1914-1940 (Haarlem 1979), 307.
p. 101 ‘Dit volk is werkelijk…’, Peutert, Weimarer Republik, 179.
p. 102 ‘[…] in een vernieuwingscrisis…’, Hahnemann, Texturen, 19.
p. 103 ‘Er is zojuist in Parijs…’, Dendermonde, Max in: ‘Verheffend, vooruitstrevend, verstrooiend. Vijfenzeventig jaar ‘’Vereniging van Arbeiders Radio Amateurs” 1925-2000’ (Amsterdam 2000), 10.
p. 103 ‘Als een oceaangolf…’, Chronik 1927, 82.
p. 104 ‘[…] een kleine witte havik…’, Wilson, Richard Guy e.a., The Machine Age in America 1918-1941 (New York 1986), 38.
p. 104 ‘De Rede leek tot alles…’, Darnton, Richard, The Revolutionary Temper. Paris, 1748-1789 (New York 2024), 215.
p. 106 ‘Toen ik het opstijgen…’, Vgl. Dahlke, Günther en Günter Karl, Deutsche Spielfilme von den Anfängen bis 1933 (Berlin 1988), 193-194; ‘Wanneer daalt men…’ Kracauer, Siegfried, Von Caligari zu Hitler. Eine psychologische Geschichte des deutschen Films (Berlin 1984, 1947), 414.
p. 107 ‘De wetenschap heeft…’, Vgl: https://en.wikiquote.org/wiki/Wernher_von_Braun
p. 108 ‘ze was een monster…’, Koestler, Arthur, Een pijl in de ruimte. (Amsterdam 1953), 291.
p. 108 ‘[…] een Moby Dick die bedaard…’, Koestler, Een pijl, 293.
p. 109 ‘Het schenkt geheel…’, Koestler, Een pijl, 295.
p. 109 ‘Ik hoefde maar…’, Koestler, Een pijl, 290.
p. 110 ‘[…] het besef van…’, Koestler, Een pijl, 307.
Hoofdstuk 4 - Uit dat keurslijf
p. 112 ‘De vrouw wordt weggegeven…’, Multatuli, Ideen, Verzamelde Werken III (Amsterdam 1906), nr. 188, 93.
p. 113 ‘We dringen ons als plicht…’, Multatuli, Ideen, III, nr. 200, 100.
p. 114 ‘Water is de drijvende kracht…’, Bradley, Ian, Water. A Spiritual History. (London 2012), ix.
p. 115 ‘Het zal zo’n vaart niet lopen…’, Banning, Cornelis Lely, 167.
p. 116 ‘De lichaamscultuur moet…’, Giese, Fritz, Körperseele (München 1927), 99.
p. 117 ‘Elke nacht die god…’, Scheffler, Karl, De Nieuwe Mensch (Utrecht 1933), 204.
p. 117 ‘En daarbij wegrotten?’, Theweleit, Mannenfantasie. Een ingekorte vertaling, (Eindhoven 1977), 445.
p. 117 ‘[…] helemaal over het hoofd gezien…’, Theweleit, Mannenfantasie, 444.
p. 118 ‘[…] Ik maak alles mee!’, Flake, Otto, Die erotische Freitheit (Berlin 1928), 108.
p. 118 ‘[…] slechts iets moeilijker te kopen…’, Koestler, Een pijl, 126.
p. 118 ‘Een vrouw sprak me aan…’, Jähner, Höhenrausch, 97.
p. 119 ‘Ik heb het lichaam van de vrouw…’, Illies, Florian, Het laatste gouden jaar. Nog meer 1913 (Amsterdam/Antwerpen 2018), 62/63.
p. 121 ‘De tijden zijn hard, maar modern!’, gezegde na 1918 in Italië en Frankrijk.
p. 121 ‘Ze is de telg…’, Dekobra, Maurice, De Madonna van de slaapwagens (Amsterdam 1975, 1925), 47.
p. 122 ‘Ik heb een zeeman…’, Dekobra, De Madonna, 32.
p. 122 ‘Wanneer mijn lichaam denkt…’, Thurman, Judith, Colette. Een zinnelijk leven. (Amsterdam 2001), motto.
p. 122 ‘Ze was het eerste tienermeisje…’, Thurman, Colette, xi.
p. 123 ‘[…] zoals de jongens dat doen’, Thurman, Colette, xii.
p. 123 ‘[…] volgzaam vee dat…’, Thurman, Colette, xiv.
p. 123 ‘Weet u wat de suffragettes…’, Thurman, Colette, xv.
p. 123 ‘Er bestaan geen…’, Thurman, Colette, xvi.
p. 123 ‘[…] een bevredigend seksleven…’, Thurman, Colette, xv.
p. 123 ‘[…] dit redeloze beest…’, Thurman, Colette, xvii.
p. 123 ‘[…] vocht met het grapje…’, Colette, Chéri en Het einde van Chéri (Amsterdam 1975, 1920, 1926), 14.
p. 123 ‘Het is verduveld waar…’, Colette, Chéri, 31-37.
p. 124 ‘Ons tijdperk is in wezen…’, Lawrence, D.H., Lady Chatterley’s minnaar (Amsterdam 1977, 1928), 5.
p. 124 ‘[…] zijn plotseling sidderen…’, Lawrence, Lady, 127.
p. 124 ‘[…] Kabbelend en kabbelend…’, Lawrence, Lady, 128.
p. 125 ‘Wij kwamen tegelijk…’, Lawrence, Lady, 136.
p. 125 ‘Als ik naar het theater…’, Andris, Colette, La femme qui boit (Paris 2023, 1929), 15.
p. 125 ‘[…] heftig, autoritair…’, Andris, La femme, 128.
p. 125 ‘[…] achterste draaien…’, Keun, Irmgard, Het kunstzijden meisje (Amsterdam 2005, 1932), 80.
p. 126 ‘Ik had met iemand willen…’, Keun, Het kunstzijden, 74.
p. 126 ‘‘Alexander’, zei ik tegen hem…’, Keun, Het kunstzijden, 99.
p. 127 ‘Hij gooit haar op de divan…’, Smeding, Alie, De zondaar, 603ev.
p. 128 ‘Door de vrije ruimte…’, Koster, Simon, De razende saxofoon (Amsterdam 1931), 7.
p. 128 ‘‘Marshall Chunney’, zei de zwarte…’, Koster, De razende, 19.
p. 129 ‘[…] overigens zijn de begrippen…’, Theweleit, Mannenfantasie, 205ev.
p. 129 ‘[…] z.g. reform-kleding…’, Ford, Henry, Productie en welvaart (Amsterdam 1924), 22.
p. 129 ‘[…] voegen wij bij…’, Hermans, W.F., ‘Kan de tijd tekens geven?’, In: Raster, Jaargang 2, juli 1968.
p. 130 ‘[…] groot en niet te overzien…’, Hermans, idem.p. 130 ‘[…] dat Poerimfeest…’, Hermans, idem.
p. 131 ‘[…] groot, sportief…’, Giese, Fritz, Girlkultur. Vergleiche zwischen amerikanischem und europäischem Rhythmus und Lebensgefühl (München 1925), 39.
p. 131 ‘Ze hebben een pose…’, Giese, Girlkultur, 74.
p. 131 ‘In Duitsland herinnert het…’, Giese, Girlkultur, 118.
p. 131-132 ‘[…] van het Hogere af…’, Braak, Menno ter, Afscheid van domineesland (Brussel 1931), 12.
p. 132 ‘De danseur eindigt…’, Borel, Henri, Over moderne dansen (Den Bosch 1927), 9.
p. 133 ‘[…] maar naakt te lopen…’, Ritter, De drang, 33.
p. 133 ‘Het heelal van het ik…’, Ritter, De drang, 20.
p. 134 ‘De dans is de uiting…’, Borel, Henri, ‘De danseuse noble’, in: Groot Nederland, jaargang 1, 1903, www.dbnl.org.
p. 134 ‘[…] deze producten…’, Kracauer, Siegried, Das Ornament der Masse. Essays. (Frankfurt am Main 1963), 50.
p. 134 ‘[…] zestien dansende zuigelingen…’, Roth, Joseph, Berliner Saisonbericht. Reportagen und journalistische Arbeiten 1920-1939 (Köln 1984), 367.
p. 135 ‘De erotische vrouw is…’, Theweleit, Mannenfantasie, 127ev.
p. 136 ‘[…] een tussenproduct…’, Wildt, Michael, Zerborstene Zeit. Deutsche Geschichte 1918 bis 1945 (München 2022), 204.
p. 136 ‘[…] een godenbeeld…’, Jähner, Höhenrausch, 242.
p. 137 ‘[…] de vurige ongetemde…’, Het Volk, 25 augustus 1927.
p. 137 ‘[…] uitsluitend het gevolg…’, De Tribune, 17 augustus 1928.
p. 137 ‘Het enige erotische…’, Het Vaderland, 17 augustus 1928.
p. 138 ‘Achtentwintig vierkante duim…’, Dekobra, De madonna, 45.
p. 138 ‘Ze is een waarheid…’, Thurman, Colette, xiii.
p. 138 ‘Colettes ideaal van…’, Thurman, Colette, xvii.
p. 139 ‘Ik heb De zondaar gelezen…’, Nijhoff, Martinus, ‘Alie Smeding. De zondaar’, augustus 1927, in: Verzameld Werk II. Kritisch en verhalend proza (Utrecht 1961), www.dbnl.org.
p. 140 ‘Door het schrijven van…’, Pannekoek, G.H. Jr., ‘Al pratende met… Alie Smeding’, in Den Gulden Winckel, Jaargang 26. 1927.
p. 140 ‘[…] in al zijn ruigheid…’, Pannekoek; Vgl. Smeding, Alie, Wat de pers zegt van De Zondaar (Rotterdam 1927).
p. 141 ‘[…] een kreet van ontzetting…’, Pannekoek.
p. 141 ‘[…] ik bedoel niet…’, Čapek, Karel, Over Holland (Amsterdam 1934), 75.
p. 141 ‘Waar het land vlak is…’, Chorus, A., De Nederlander uiterlijk en innerlijk. Een karakteristiek (Leiden 1964), 97.
p. 142 ‘Het gemeenschapsleven….’, Ritter, De drang, 127.
p. 143 ‘Onze vrouwen beminnen nu…’, Ritter, De drang, 28.
p. 143 ‘[…] waarin men voor openlijker…’, Ritter, De drang, 28.
p. 143 ‘[…] de preutsheid leidt tot…’, Ritter, De drang, 34.
p. 143 ‘[…] de volle chaos van een ordeloze….’, Ritter, De drang, 35.
p. 143 ‘[…] en het is deze morele…’, De Tijd, 10 juli 1927.
p. 144 ‘Wij willen de oorlog…’, Marinetti, Filippo Tommaso, The Futurist Manifesto, (Parijs 1909), punt 9.
Hoofdstuk 5 - Verkapte religies
p. 146 ‘In de Bijbel staat toch niets…’, Olden, Rudolf (red.), Das Wunderbare oder die Verzauberten. Propheten in deutscher Krise (Berlin 1932), 29.
p. 147 ‘Zo, dat is een mooi stuk…’, Haentjens Dekker, Ton, Rumoer om Lou de Palingboer (Amsterdam 1956), 5.
p. 147 ‘Zie het teken van de Zoon…’, Zaal, Wim, Gods onkruid. Nederlandse sekten en messiassen (Soesterberg 1997), 82.
p. 147 ‘Blanke zuiderzeeaal!…’, Zaal, Gods onkruid, 88.
p. 147 ‘Lou noemt zich niet God…’, Inghen, Christin van, Lou de palingboer. De mystieke minnaar (Amsterdam 1970), 22.
p. 148 ‘Wat hij sprak…’, Olden, Das Wunderbare, 35.
p. 148 ‘[…] een soort van koorts…’, Olden, Das Wunderbare, 7.
p. 150 ‘[…] elk moment zou zijn ontvlucht…’, Olden, Das Wunderbare, 13.
p. 150 ‘Ik kan dit oceanische gevoel…’, Theweleit, Mannenfantasie, 141.
p. 152 ‘[…] een land zonder paden…’, Kuipers, Jan J. B., Dwepers en dromers. Tegenculturen in Nederland 1890–1940 (Zutphen 2022), 145.
p. 153 ‘Geen beweging kan…’, Sörgel, Herman, Atlantropa (Zürich/Berlijn 1932), 134–135.
p. 154 ‘Atlantropa… Atlántrópa…’, Voigt, Wolfgang, Atlantropa. Weltbauen am Mittelmeer. Ein Architektentraum der Moderne (Hamburg 1998), 88.
p. 154 ‘Conferenties, redevoeringen…’, Voigt, Atlantropa, 89.
p. 155 ‘Een volk dat leeft…’. Nb: dit motto geldt als kenmerkend voor Cornelis Lely, al is niet duidelijk of hij dit ooit zo heeft gezegd.
p. 155 ‘…een bouwwerk…’, Voigt, Atlantropa, 82.
p. 156 ‘Wij gaan het Godshuis…’, Eeden, Het Godshuis in de Lichtstad. Amsterdam 1921, 1; vgl.: Fontijn, Jan, Trots verbrijzeld. Het leven van Frederik van Eeden van 1901 (Amsterdam 1996), 452–469.
p. 156 ‘[…] gebouwen van zielskundig-mystieke waarden…’, Voigt, Atlantropa, 81.
p. 157 ‘[…] een prachtig bouwwerk…’, vgl.: Fontijn, Trots verbrijzeld, 452 ev.
p. 157 ‘[…] het is in duizend gevallen…’, Eeden, Het Godshuis, 56; vgl. zijn kritiek op het Pantheon-plan van Berlage: ‘Dat stijgt als religieuze schepping niet boven het wijsgering peil der negentiende eeuw’, Eeden, Het Godshuis, 56.
p. 157 ‘Bouwende de Lichtstad…’, Eeden, Het Godshuis, 73.
p. 159 ‘Het geheel maakte…’, Ham, Verover mij dat land, 128.
p. 160 ‘Hoe is het mogelijk…’, Ham, Verover mij dat land, 127.
p. 162 ‘O, vrij te zijn…’, Bosma, Koos H. P., ‘Berlage’s Pantheon der Menschheid’, in: Luuk van Middelaar (red.), Utopie. Utopisch denken, doen en bouwen in de twintigste eeuw (Zutphen 2002), 74.
p. 162 ‘In dat visioen’, Bosma, Berlage’s Pantheon, 77.
p. 162 ‘In dat visioen zag ik…’, Bosma, Berlage’s Pantheon, 74.
p. 162 ‘[…] ideale drievuldigheid’, Bosma, Berlage’s Pantheon, 74.
p. 163 ‘God is hij die niet…’, Tagore, Rabindranath, De Religie van de Mens (Amsterdam 1977 [1931]), 158.
p. 163 ‘Het spiritisme wordt…’, Fontijn, Trots verbrijzeld, 415 ev.
p. 163 ‘We verheffen geen zielen…’, Fontijn, Trots verbrijzeld, 452.
p. 163 ‘Hoe heerlijk vond Van Eeden…’, Fontijn, Trots verbrijzeld, 455.
p. 165 ‘Jaap London was…’, Fontijn, Trots verbrijzeld, 461.
p. 165 ‘Annie Bosch verzekerde…’, Fontijn, Trots verbrijzeld, 463.
p. 165 ‘[…] het is de akelige…’, Jaarsma, D. Th., Elseviers Geïllustreerd Maandschrift, Jaargang 32 (1922).
p. 166 ‘Nietige mensjes…’, in: ‘Onbeschaamd theatraal’, NRC Handelsblad, 10 februari 2006.
p. 167 ‘Als de wereld door inzicht…’, Junghanns, Kurt, Bruno Taut 1880–1938 (Berlin 1983), 48.
p. 167 ‘Ik wijs stellingen en dogma’s af…’, Heydra, Ton en Alice Roegholt, Bruno Taut. De fantasie voorbij (Amsterdam 2020), 17.
p. 168 ‘De kunst gaat voor…’, Stoop, Nancy, ‘De rol van het futurisme in Nederland – het futurisme en de stijl’, in: Würzner, H. e.a. (red.), Aspecten van het interbellum. Beeldende kunst, film, fotografie, cultuurfilosofie en literatuur in de periode tussen de twee Wereldoorlogen (Den Haag 1990), 126.
p. 169 ‘[…] nieuwe kunsttheorie te scheppen op basis van pseudowetenschappelijke waarheden’, Bax, Marty, Het web der schepping. Theosofie en kunst in Nederland. Van Lauweriks tot Mondriaan (Amsterdam 2006), 408.
p. 170 ‘Esperanto, seksuele hervorming…’, Bry, Carl Christian, Verkappte Religionen. Kritik des kollektiven Wahns (Berlin 1979 [1924]), 11.
p. 170 ‘Dit heksenalfabet…’, Bry, Verkappte Religionen, 34.
p. 170 ‘Het plaatjesboek verdringt het boek…’, Bry, Verkappte Religionen, 26.
p. 171 ‘Filosofische standaardwerken…’, Bry, Verkappte Religionen, 29.
p. 171 ‘Ze willen met alle macht…’, Bry, Verkappte Religionen, 44.
p. 172 ‘Binnen enkele minuten…’, Bry, Verkappte Religionen, 12.
p. 173 ‘Onzekerheid, futloosheid…’, Sloterdijk, Peter, ‘Weltanschauungsessayistik und Zeitdiagnostik’, in: Weyergraf, Bernhard (Hrsg.), Literatur der Weimarer Republik 1918–1933 (München 1995), 312.
p. 173 ‘Het is een Babylonisch gekkenhuis…’, Weyergraf, Literatur, 312.
p. 173 ‘Met de excentrieke zielsgesteldheid…’, Mann, Thomas, ‘Riesenwelle exzentrischer Barbarei’, in: Chronik 1930. Tag für Tag im Wort und Bild (Dortmund 1990), 177.
p. 174 ‘[…] warenhuizen van menselijke ellende…’, Zweig, Stefan, Die Heilung durch die Geist. Mesmer. Mary Baker-Eddy. Freud (Leipzig 1931), 14.
p. 174 ‘Ook al mag de waan…’, Zweig, Die Heilung, 16.
p. 175 ‘[…] een abstracte hemel…’, Koestler, Arthur, The Trail of the Dinosaur. Reflections on Hanging (Londen 1994 [1955]), 156.
p. 176 ‘Een nieuwe ontwikkelingsgeschiedenis…’, Nagel, Brigitte, Die Welteislehre. Ihre Geschichte und ihre Rolle im “Dritten Reich” (Diepholz 1991), 12.
p. 177 ‘Er stort ijs in de zon…’, Nagel, Die Welteislehre, 18.
p. 178 ‘Om te weten of een os taai is…’, Nagel, Die Welteislehre, 42.
p. 178 ‘[…] goddelijk sperma…’, Nagel, Die Welteislehre, 27.
p. 179 ‘Zelfs als nu deze glaciaal-kosmogonie…’, Nagel, Die Welteislehre, 66.
p. 179 ‘We zullen zien…’, Nagel, Die Welteislehre, 66.
p. 180 ‘De kudde wil haar dictator’, Weyergraf (Hrsg.), Literatur, 320.
Hoofdstuk 6 - ORDE!
p. 182 ‘Als de kunsten…’, Gumbrecht, Hans Ulrich, 1926 Ein Jahr am Rand der Zeit (Frankfurt am Main 2001), 337.
p. 182 ‘Een wens naar vormen en begrenzing…’, Gumbrecht, 1926 Ein Jahr am Rand der Zeit, 359.
p. 182 ‘[…] de oorlogs‐ en moordzucht…’, vgl. Sörgel, Panropa (München 1929), 36.
p. 185 ‘[…] een menselijke beschaving…’, Schivelbusch, Wolfgang, Three New Deals. Reflections on Roosevelt’s America, Mussolini’s Italy, and Hitler’s Germany, 1933–1939 (New York 2006), 149.
p. 186 ‘[…] menigmaal gedacht aan…’, Scharten, Carel, Littoria. De verlossende arbeid (Amsterdam 1935), Voorwoord, 8.
p. 186 ‘[…] honden‐en‐apen‐dressuur.’, Scharten‐Antink, C. en M., Littoria. De verlossende arbeid, 115.
p. 186 ‘Heel een stuk bosgrond…’, Scharten‐Antink, Littoria, 142.
p. 186 ‘Kort en doelbewust…’, Scharten‐Antink, Littoria, 159.
p. 186 ‘[…] de loutere vreugde…’, Scharten‐Antink, Littoria, 243.
p. 187 ‘Hier is het…’, Scharten‐Antink, Littoria, 174.
p. 187 ‘Duce! We willen voor je sterven…’, Scharten‐Antink, Littoria, 174.
p. 187 ‘Eén korenwiegende vlakte…’, Scharten‐Antink, Littoria, 273.
p. 188 ‘Levenswaardig is alleen de…’, Hahnemann, Texturen des Globalen, 36.
p. 189 ‘De wereldruimte…’, Sörgel, Herman, Atlantropa‐Mitteilungen (1948), nr. 10–12, 4.
p. 191 ‘Verover mij…’, De Amsterdammer, Zuiderzeenummer 1918; vgl. Ham, Verover mij dat land, 19.
p. 191 ‘De hele aardbodem…’, Voigt, Atlantropa, 33.
p. 192 ‘Niemand had…’, Ham, Verover mij dat land, 307.
p. 192 ‘En dan: wat is natuur…’, Aarts, C. J. en M. C. van Etten, Domweg gelukkig in de Dapperstraat (Amsterdam 1996), 192.
p. 192 ‘[…] dat die nieuwe provincie…’, Ham, Verover mij dat land, 308.
p. 192 ‘[…] dan schrikt mij die toekomst af…’, Handelingen Tweede Kamer, 12 maart 1918, 1885; hele debat p. 1855–1898, 1927–1977, 2111–2147; Handelingen Eerste Kamer, 13 juni 1918, 589–605; Ham, Verover mij dat land, 307.
p. 193 ‘Men kan bij de verkaveling…’, Ham, Verover mij dat land, 309.
p. 193 ‘Er is een kentering…’, Ham, Verover mij dat land, 309.
p. 193 ‘Het nieuwe landschap…’, Ham, Verover mij dat land, 309.
p. 194 ‘De Ardennen zijn…’, Revis, M., 8.100.000 M³ Zand (Utrecht 1932), 23.
p. 194 ‘[…] Paarden, arbeiders, paardenzweet…’, Revis, 8.100.000 M³ Zand, 27.
p. 195 ‘Tegen de muren…’, Ham, Reuzenarbeid, 46.
p. 196 ‘Wanneer zulk een dijk hersteld…’, Woud, Auke van der, Het landschap De mensen. Nederland 1850–1940 (Amsterdam 2020), 253.
p. 196 ‘[…] hebben zij hun afmetingen…’, Čapek, Karel, Over Holland (Amsterdam 1934), 24.
p. 196 ‘… peddelen…’, Čapek, Over Holland, 18.
p. 196 ‘Deze polders zijn ongewoon…’, Čapek, Over Holland, 41.
p. 197 ‘Een Hollandse straat…’, Čapek, Over Holland, 75.
p. 197 ‘[…] huizen zijn…’, Čapek, Over Holland, 75.
p. 197 ‘Omdat het gelijkstaat…’, Wildt, Michael, Zerborstene Zeit. Deutsche Geschichte 1918 bis 1945 (München 2022), 15.
p. 197 ‘Een goed huis is belangrijker…’, Heynen, Hilde e. a., ‘Dat is architectuur! Sleutelteksten uit de twintigste eeuw’ (Rotterdam 2004), 94.
p. 198 ‘Het is ongeveer…’, Meyer, Erna, De Nieuwe Huishouding (Amsterdam 1931), 2.
p. 198 ‘Dat betekent dat we…’, Meyer, De Nieuwe Huishouding, 14.
p. 199 ‘De essentie is…’, Middelaar, Utopie, 78 ev.
p. 199 ‘Al willen ze een huis…’, Wolfe, Tom, Het geschilderde woord/Van Bauhaus tot ons huis (Amsterdam 1989), 100.
p. 200 ‘[…] dat is toch hetzelfde…’, Christiansen, Broder, Het aspect van onzen tijd (Arnhem 1931), 59.
p. 200 ‘[…] dan noodzakelijke apparaten…’, Chronik 1929. Tag für Tag in Wort und Bild (Dortmund 1988), 188.
p. 200 ‘Het is een in lelijkheid…’, Roth, Joseph, Berliner Saisonbericht. Reportagen und journalistische Arbeiten 1920–1939 (Köln 1984), 17.
p. 200 ‘Pijnlijk, maar handig…’, Roth, Berliner Saisonbericht, 340.
p. 201 ‘Zoek je een bioscoop…’, Roth, Berliner Saisonbericht, 341.
p. 201 ‘[…] dat de witte hygiënische…’, Roth, Berliner Saisonbericht, 341.
p. 201 ‘Maar het dikke tapijt…’, Roth, Berliner Saisonbericht, 342.
p. 202 ‘[…] ijskoude automatenwereld…’, Middelaar, Utopie, 115.
p. 202 ‘Er is nauwelijks een politieke…’, vgl. Wildt, Zerborstene Zeit, 130; vgl. Canetti, Elias, Massa en macht (Amsterdam 1983 [1960]), 13–22.
p. 203 ‘Ik ben een gedoemde zwerver…’, Slauerhoff, J. J., ‘Zeekoorts’, in: Verzamelde gedichten (Amsterdam 2018 [1947]).
p. 203 ‘Baksteen raakt bedorven…’, Scheerbart, Paul, Glasarchitectuur (Rotterdam 2005), 99.
p. 203 ‘In de kelderruimten…’, Scheerbart, Glasarchitectuur, 99.
p. 203 ‘Huizen van steen…’, Junghanns, Bruno Taut, 43.
p. 204 ‘Doctor Purisme…’, Wolfe, Het geschilderde woord, 117.
p. 204 ‘[…] stukje bij beetje…’, Middelaar, Utopie, 17.
p. 205 ‘Vele havensteden…’, Hahnemann, Texturen des Globalen, 215.
p. 205 ‘Vernietiging van culturele…’, Hahnemann, Texturen des Globalen, 202.
p. 206 ‘De mens van de nieuwe tijd…’, vgl. Christiansen, Das Gesicht unserer Zeit (München 1931); vgl. Sloterdijk, in: Weyergraf, Literatur, 318 ev.
p. 208 ‘[…] in de zengende gloed…’, Matzke, Frank, De jeugd getuigt: zo zijn wij! (Arnhem 1932 [1931]), 64.
p. 209 ‘De negentiende eeuw […] wij staan tegenover de dingen…’, Matzke, De jeugd getuigt, 56.
Hoofdstuk 7 - Natuur? Natuurlijk!
p. 212 ‘Over het lot van de cultuur…’, Köller, Oliver, Herman Sörgels “Atlantropa” zwischen Technokratie und Utopie (Z.p. 2018), 62.
p. 212 ‘Óf de ondergang…’, Voigt, Atlantropa, 21.
p. 212 ‘[…] de meeste lezers niet…’, Spengler, Oswald, De mensch en de techniek. Bijdrage tot een levensphilosophie (Leiden 1931), 1.
p. 212 ‘Men zag de geschiedenis…’, Spengler, De mensch, 11.
p. 213 ‘[…] iedere overwinning…’, Spengler, De mensch, 56.
p. 213 ‘[…] stoffen wil beroven…’, Spengler, De mensch, 67.
p. 213 ‘[…] dat zou een beslissende overwinning…’, Spengler, De mensch, 67.
p. 213 ‘[…] het aantal nodige handen…’, Spengler, De mensch, 70.
p. 213 ‘[…] troosteloze gelijkvormigheid…’, Spengler, De mensch, 71.
p. 213 ‘De mechanisatie van de wereld…’, Spengler, De mensch, 76.
p. 214 ‘Slechts dromers geloven aan uitwegen…’, Spengler, De mensch, 86.
p. 214 ‘Liever een kort leven…’, Spengler, De mensch, 85.
p. 214 ‘Op de verloren post blijven…’, Spengler, De mensch, 86.
p. 215 ‘Het kan de duur van de cultuurkring…’, vgl. Lohre, Matthias, Der kühnste Plan seit Menschengedenken (Berlin 2021), 306.
p. 216 ‘Wat technisch mogelijk is…’, Gall, Alexander, Das Atlantropa-Projekt. Die Geschichte einer gescheiterten Vision. Herman Sörgel und die Absenkung des Mittelmees (Frankfurt/New York 1998), 22 – 23.
p. 216 ‘De aardbol zal…’, Lohre, Der kühnste Plan, 94.
p. 217 ‘Geluk geeft alles wat groeit’, motto van Nietzsche; vgl. Nietzsche, Friedrich, De vrolijke Wetenschap (Amsterdam 2003).
p. 217 ‘Als de Italianen al het geld…’, Voigt, Atlantropa, 6.
p. 218 ‘Vanaf de Loggia…’, Voigt, Atlantropa, 57.
p. 218 ‘De natuur is zo oncomfortabel…’, Wilde, Oscar, The Decay of Lying, in: Thiekötter, Kristallisationen, 108.
p. 219 ‘Mijn eigen ervaring is…’, Wilde, O. F. O. W., ‘The Decay of Lying’, in: Forman, J. B. e. a., Complete Works of Oscar Wilde (London 1978), 970.
p. 220 ‘De architectuur mag niet…’, Thiekötter, Kristallisationen, 115.
p. 220 ‘Het leven imiteert de kunst’, Wilde, The Decay, 982.
p. 220 ‘Het waren aardige smientjes…’, Thijsse, Jac. P., Uit de Levende natuur. Een serie leesboekjes voor de hoogste klassen der lagere school (Den Haag 1930), 94.
p. 221 ‘[…] ergens tussen de één en…’, Dijkhuizen, Sietzo, Jac. P. Thijsse. Een biografie. Natuurbeschermer, flaneur en auteur van Verkade-albums (Amsterdam 2005), 195.
p. 221 ‘Natuurgenot is het bezit van weinigen…’, Dijkhuizen, Thijsse, 267; vgl. Woud, Auke van der, Het landschap De mensen. Nederland 1850 – 1940 (Amsterdam 2020), 103 ev.
p. 221 ‘Over vijfentwintig jaar…’, Thijsse, Jac. P., ‘Internationale natuurbescherming’, in: De Levende Natuur. Tijdschrift voor natuurvrienden, 34e Jaargang (Amsterdam 1930), 147.
p. 221 ‘[…] van de tien Hollanders…’, Dijkhuizen, Thijsse, 198.
p. 222 ‘Men zou dus de bevolking…’, Thijsse, ‘In ’t Staatdomein’, in: De Levende Natuur, 29e jaargang (1925), 5.
p. 222 ‘Natuurvrienden…’, Carrière, J. E., ‘De waterleiding, het behoud van onze duinen’, in: De Levende Natuur, 34e Jaargang, 168.
p. 224 ‘[…] het vitale vocht…’, Bradley, Water. A Spiritual History (London 2012), ix; vgl. www.nature.com.
p. 224 ‘Waarom relativiteit?…’, Barry, Rising Tide, 37.
p. 225 ‘[…] geef het water…’, Alexandersson, Olof, Levend Water. Viktor Schauberger en het geheim van natuurlijke energie (Steyr 2013 [1976]), 24 ev.
p. 225 ‘De natuur begrijpen…’, vgl. Alexandersson, Levend Water.
p. 225 ‘In elke waterdruppel…’, Bradley, Water, 197; vgl. Schauberger, Viktor, Unsere sinnlose Arbeit (Bad Ischl 2001), 108 – 117.
p. 227 ‘Men ziet geen waterval meer…’, Spengler, De mensch, 77.
p. 227 ‘Hoe duidelijker en moderner…’, Kaes, Anton, ‘Metropolis: City, Cinema, Modernity’, in: Benson, T. O., Expressionist Utopias. Paradise – Metropolis – Architectural Fantasy (Los Angeles 2001), 155.
p. 228 ‘[…] de technologie zal…’, Koestler, De pijl, 280.
p. 228 ‘Graichen was een kleine man…’, Koestler, De pijl, 281.
p. 228 ‘Eeuwigdurende lampen…’, Koestler, De pijl, 283.
p. 229 ‘[…] dan zou mijn vader…’, Koestler, De pijl, 283.
p. 229 ‘Wat ik het meest bewonder…’, Isaacson, Walter, Einstein. His Life and Universe (London 2007), 374.
p. 229 ‘De machine is…’, Banham, Reyner, Theory and Design in the First Machine Age (London 1960), 151.
p. 229 ‘Kunst en Techniek…’, Wolfe, Het geschilderde woord, 112.
p. 231 ‘[…] het landschap krijgt…’, Jähner, Höhenrausch, 201.
p. 231 ‘Zo ziet het hart…’, Jähner, Höhenrausch, 200.
p. 231 ‘Er was te weinig lawaai…’, Roth, Berliner Saisonbericht, 186.
p. 232 ‘De eerste mijnwerker…’, Roth, Berliner Saisonbericht, 184.
p. 232 ‘Wij weten bijna niet meer…’, Roth, Berliner Saisonbericht, 359.
p. 233 ‘Ja, zelfs een kortstondig…’, Roth, Berliner Saisonbericht, 360.
p. 233 ‘Belachelijker dan de…’, Roth, Berliner Saisonbericht, 360.
p. 234 ‘Als de juiste politieke lijn…’, Platonov, Andrej, Die Baugrube/Das Juvenilemeer/Dshan. Romane (München 1990), Nawoord 426; Nb: Stalin verklaarde dit op het 17e partijcongres 1934.
p. 235 ‘De waarheid is voorlopig…’, Platonov, De bouwput (Amsterdam 1990); Hans Günther, Platonow. Leben, Werk, Wirkung (Suhrkamp 2016); vgl. artikelen over Platonov in Neue Zürcher Zeitung (8 nov. 2016; 13 dec. 2016; 12 aug. 2017; 11 feb. 2020; 23 mei 2022); vgl. Krielaars, Michel, Alles voor het moederland. De Stalinterreur ten tijde van Isaak Babel en Vasili Gossman (Amsterdam 2017).
p. 235 ‘Ondertussen verdorde hij…’, Timmer, Charles B., ‘Russische notities. Andrej Platonow (1899–1951)’, in: Tirade, Jaargang 17 (juni 1973).
p. 235 ‘Boven de bergen…’, Timmer, ‘Russische notities’.
p. 235 ‘[De natuur is] de ergste vijandin…’, Timmer, ‘Russische notities’.
p. 235 ‘Bijvoorbeeld door bij een misoogst…’, Timmer, ‘Russische notities’.
p. 236 ‘Voor u luidt de alarmklok…’, Waegemans, Emmanuel, Geschiedenis van de Russische literatuur. Sinds de tijd van Peter de Grote (Amsterdam 1999), 279.
p. 238 ‘Atlantis! De kreet ging…’, Hahnemann, Texturen des Globalen, 168.
p. 238 ‘De stad maakt de mensen…’, Fischer, Peter S., Fantasy and Politics. Visions of the Future in the Weimar Republic (Madison 1991), 154; vgl. Sander, Gabriele, Nachwort, in: Döblin, Alfred, Berge, Meere und Giganten (Frankfurt am Main 2013), 629 – 651.
p. 239 ‘Die is donkerder…’, Fischer, Fantasy, 154.
p. 240 ‘De oneindigheid is…’, Fisher, Fantasy, 153.
p. 241 ‘[…] alles gegarandeerd onnatuurlijk…’, Kracauer, Das Ornament der Masse, 271.
p. 244 ‘[…] dat een vrouw de natuur…’, Rapp, Höhenrausch, 145.
p. 245 ‘We voelen onszelf opgetild…’, Benson, Expressionist, 123.
p. 245 ‘De leider had zich opgeofferd…’, Rapp, Höhenrausch, 119.
p. 245 ‘[…] een soort mens…’, Benson, Expressionist, 96.
p. 246 ‘Het is een heel, heel eenvoudige geschiedenis…’, Wildt, Zerborstene Zeit, 220.
Hoofdstuk 8 - Revolutie door techniek
p. 249 ‘Hoe goed en modern…’, Füssl, Wilhelm, Oskar von Miller 1855–1934. Eine Biographie (München 2005), 144.
p. 249 ‘Wij hebben hier een tram’, Füssl, Miller, 29.
p. 250 ‘Als de ingenieurs…’, Füssl, Miller, 206.
p. 251 ‘Uw tocht is…’, Algemeen Handelsblad, 23 januari 1929.
p. 253 ‘Verover mij dat land’, De Amsterdammer, Zuiderzeenummer 1918; Ham, Verover mij dat land, 19.
p. 254 ‘[…] de Nederlandse ingenieursstand…’, Soerabaijasch Handelsblad, 29 januari 1929.
p. 255 ‘[…] Nederlander in merg en been…’, Jansma, Lely, 230.
p. 255 ‘Het geschiedde altijd…’, Algemeen Handelsblad, 26 januari 1929.
p. 255 ‘[…] een regeerder van grote blik…’, Het Vaderland, 26 januari 1929.
p. 255 ‘[…] te geheel technicus blijven…’, Ham, Verover mij dat land, 40.
p. 256 ‘Lely had de eigenschap…’, Ham, Verover mij dat land, 149.
p. 258 ‘Hem heb ik lief…’, Goethe, Faust II, 288.
p. 258 ‘[…] de kolenvoorraden…’, Gall, Atlantropa-Projekt, 20.
p. 258 ‘De heerschappij zal…’, Köller, Sörgels ‘Atlantropa’, 55.
p. 260 ‘Maar welke staat zou…’, Gall, Atlantropa-Projekt, 54.
p. 260 ‘Waarom verdampt…’, Würschinger, Ralph, Atlantropa, www.blog.deutsches-museum.de.
p. 261 ‘De man die een fabriek…’, Goldberg, Vicki, Margaret Bourke-White. A Biography (New York 1986), 80.
p. 262 ‘Elke machine is…’, Banham, Theory and Design in the First Machine Age (London 1960), 12.
p. 264 ‘Er is een groot nieuw ras…’, Goldberg, Bourke-White, 82.
p. 264 ‘De diepere betekenis…’, Wilson, Machine Age, 23.
p. 264 ‘[…] dynamo’s mooier zijn…’, Wilson, Machine Age, 30.
p. 265 ‘[…] de 15 meter grote dynamo’s…’, Wilson, Machine Age, 261.
p. 265 ‘Ik kan het gevoel van…’, Goldberg, Bourke-White, 88.
p. 266 ‘Ivens interesseert zich niet…’, Schoots, Hans, Gevaarlijk leven. Een biografie van Joris Ivens (Amsterdam 1995), 85.
p. 266 ‘[…] aan welke kant…’, Schoots, Gevaarlijk leven, 85.
p. 267 ‘[…] symbool van de triomf…’, vgl. Stevens, Joseph E., Hoover Dam. An American Adventure (Norman 1990).
p. 268 ‘Wilskracht en vertwijfeling…’, Ehrenburg, Ilja, Der zweite Tag (Berlin 1958), 7.
p. 268 ‘De mensen leefden als…’, Ehrenburg, Der zweite Tag, 11.
p. 269 ‘[…] in hout, in kool…’, Chase, Stuart, The Tragedy of Waste (New York 1930 [1925]), 2.
p. 270 ‘De mens is niet slaaf…’, Chase, Stuart, Mensen en machines (Den Haag 1931 [1929]), 243.
p. 270 ‘Uit onze hersenen zijn…’, Chase, Mensen en machines, 244.
p. 270 ‘De beschaving heeft…’, Coudenhove-Kalergi, R. N., Revolution durch Technik (Leipzig-Wien 1932), 11.
p. 271 ‘Via de weg terug…’, Coudenhove-Kalergi, Revolution, 16.
p. 271 ‘Met technische hulp…’, Coudenhove-Kalergi, Revolution, 101.
p. 272 ‘Men moest rationaliseren…’, Waerden, Th. van der, Over rationalisatie (Amsterdam 1930), 7.
p. 272 ‘Er rijden nu 30.000 chauffeurs…’, Waerden, Over rationalisatie, 11.
p. 273 ‘Waarom krijsen…’, Waerden, Over rationalisatie, 4.
p. 273 ‘Er is reeds zo veel verdwenen…’, Polak, Henri, Het kleine land en zijn groote schoonheid (Amsterdam 1941 [1929]), 11–13, 207–208.
p. 273 ‘Ik heb Geschiedenis niet nodig’, vgl. Swigger, Jessie, ‘“History is Bunk”. Assembling the Past at Henry Ford’s Greenfield Village’ (Amherst 2014).
p. 274 ‘Op onze farm…’, Ford, Productie en welvaart (Amsterdam 1924), 308.
p. 275 ‘Vogels zijn de beste gezellen…’, Ford, Productie en welvaart, 309.
p. 275 ‘[…] de grote scheppers van technologie…’, Einstein, Albert, 21 oktober 1929, www.edisondigital.rutgers.edu; vgl. Watts, Steven, The People’s Tycoon. Henry Ford and the American Century (New York 2005), 401 ev.
p. 275 ‘Duitse wetenschapper groette…’, New York Times, 23 oktober 1929.
Hoofdstuk 9 - Wisselend tij: roes en verbijstering
p. 277 ‘Aan hun lijden…’, Buck, Pearl S., De eerste vrouw en andere verhalen (Utrecht 1968), 190.
p. 278 ‘Ouders die niet…’, Snyder, Timothy, Bloodlands: Europe Between Hitler and Stalin (London 2010), 50.
p. 279 ‘Tegen deze achtergrond bezien…’, Cleintuar, G.L., Wisselend getij. Geschiedenis van de Zuiderzeevereniging 1886–1949 (Zutphen 1982), 304.
p. 280 ‘[…] een ander is het die zaait…’, De Nieuwe Bijbelvertaling (2007), Johannes 4:37.
p. 280 ‘[…] alsof hij ergens een dorpsburgemeester…’, Last, Jef, Zuiderzee, 196.
p. 281 ‘Het gewichtig ogenblik…’, Reymer, P.J., Arnhemse Courant, 30 mei 1932.
p. 281 ‘Mogen wij vertrouwen…’, Arnhemse Courant (idem).
p. 282 ‘We weten het immers…’, Ham, Verover mij dat land, 12; Het Vaderland, 30 mei 1932.
p. 282 ‘Het panische…’, Verhoeven, Cornelis, Inleiding tot de verwondering (Eindhoven 2024 [1967]), 48.
p. 283 ‘[…] machtiger óver de mens is…’, Last, Zuiderzee, 184.
p. 284 ‘Dan zouden…’, Hartog, Jan de, Bramzijgertje (Z.p. 1967), 72.
p. 284 ‘Zodra een stuk…’, Hartog, Bramzijgertje, 73.
p. 285 ‘Een mens ging zich…’, Kamp, A.F., Zuiderzee-Land. Verleden en toekomst van de Zuiderzee (Amsterdam 1938), 220.
p. 285 ‘Wij zeggen…’, Zuiderzeevereniging, Beschouwingen inzake het al dan niet voorgaan met de verdere inpolderingen in het IJsselmeer (Amsterdam 1932), 9; zie ook: Brief omliggende gemeenten van droog te malen Noordoostpolder aan de minister-president, 23 februari 1935, in: Rondom Schokland. Cultuurhistorisch tijdschrift, 63e jaargang, nr. 2 (zomer 2023), 11–14.
p. 285 ‘Ook de wereld…’, Colijn, Hendrik (red.), De Zuiderzee. Een herinneringswerk (Amsterdam 1932), VII.
p. 285 ‘Ieder volk…’, vgl.: Colijn, De Zuiderzee, VII.
p. 286 ‘[…] veel nader bij het centrum…’, Wortman, Hendrik, in: Colijn, De Zuiderzee, 214.
p. 286 ‘Het is doodsaai…’, Kamp, Zuiderzee-Land, 27.
p. 286 ‘Noodtoestand ten plattelande…’, Arnhemsche Courant, 30 mei 1932.
p. 287 ‘Werkverschaffing, Teunis…’, Last, Zuiderzee, 229, 230.
p. 287 ‘Welk een winst overigens…’, Balen, W.J. van, Het werkende land. Opbouw van Nederland in moeilijke tijden (Haarlem 1936), 160.
p. 288 ‘Hoe vele bleke stadsrobotters…’, Balen, Het werkende land, 160.
p. 288 ‘Wie koloniseren…’, Veen, H.N. ter, Rondom de Zuiderzee (Amsterdam 1938), X; vgl. Woud, Auke van der, Het landschap De mensen. Nederland 1850–1940 (Amsterdam 2020), 285 e.v.
p. 288 ‘De staat heeft niet alleen…’, Veen, Rondom de Zuiderzee, XII.
p. 289 ‘Enorm groot was…’, Algemeen Handelsblad, 28 mei 1932.
p. 290 ‘Dit stadsdeel toont…’, Algemeen Handelsblad, 29 mei 1932.
p. 291 ‘Erger nog is het feit…’, De Tijd, 27 mei 1932.
p. 291 ‘Snorkende frases…’, De Tribune, 31 mei 1932.
p. 292 ‘Het bouwwerk is er…’, Krul, Wessel, ‘Kunst vernietiging en vooruitgang’, in: Middelaar, Utopie, 138.
p. 293 ‘Geen fabriek, geen club…’, Kisch, Egon Erwin, Zaren, Popen, Bolschewiken (1927) – Asien gründlich verändert (1932) – China geheim (1933) (Berlin/Weimar 1977), Nawoord 609.
p. 294 ‘[…] een synthese van…’, Sörgel, Atlantropa, VI.
p. 294 ‘Het gaat niet om maanraketten…’, Sörgel, Atlantropa, 8.
p. 294 ‘Wij hebben ruimte nodig…’, Sörgel, Atlantropa, 100.
p. 296 ‘Men zit tegenover…’, Voigt, Atlantropa, 15.
p. 296 ‘Met enig hoofdschudden…’, Voigt, Atlantropa, 57.
p. 296 ‘[…] dat de kapitalistische wereld…’, Voigt, Atlantropa, 99.
p. 296 ‘[…] niet door terreur en apathie…’, Voigt, Atlantropa, 98.
p. 297 ‘Laten wij allen hier profeten worden…’, https://www.presidency.ucsb.edu/documents/address-accepting-the-presidential-nomination-the-democratic-national-convention-chicago-1
p. 297 ‘[…] een machtige rivier…’, Turpin, Trevor, Dam (London 2008), 10.
p. 298 ‘De hele setting was bijna…’, vgl. Stevens, Joseph E., Hoover Dam. An American Adventure (Norman 1990).
p. 298 ‘Eenvoudig gezegd…’, vgl. Stevens, Hoover Dam.
p. 299 ‘Het is als het begin van een…’, Stevens, Hoover Dam; vgl. Turpin, Dam, 128 e.v.
p. 301 ‘[…] Ze hebben de strakke gezichten…’, Turpin, Dam, 134; vgl. Wilson, Machine, 115.
p. 301 ‘Ze stierven om…’, zie: https://www.presidency.ucsb.edu/documents/address-accepting-the-presidential-nomination-the-democratic-national-convention-chicago-1
p. 303 ‘[…] verborgen harmonie…’, White, Richard, The Organic Machine. The Remaking of the Columbia River (New York 1995), 57.
Hoofdstuk 10 - Technocratie tegen crisis en verspilling
p. 304 ‘[…] staarden naar …’, Wildt, Zerborstene Zeit, 248.
p. 305 ‘Je werd niet geslagen…’, vgl. Beishuizen, Jan en Evert Werkman, De magere jaren. Nederland in de crisistijd 1929–1939 (Alphen aan den Rijn 1980), 96 e.v.
p. 306 ‘Voor oude steden…’, Hartmans, Rob, Schaduwjaren. De jaren dertig in Nederland (Utrecht 2018), 169.
p. 307 ‘Tegen de lente zullen we dan…’, Gall, Atlantropa-Projekt, 34.
p. 308 ‘Hoe men in Gibraltar…’, Gall, Atlantropa-Projekt, 28.
p. 308 ‘De staten beginnen…’, Voigt, Atlantropa, 120.
p. 308 ‘Geen gedachte wordt…’, Voigt, Atlantropa, 120.
p. 309 ‘Stuwdammen, land en welstand…’, Lohre, Der kühnste Plan, 272.
p. 309 ‘[…] noodverordeningen in grote stijl…’, Voigt, Atlantropa, 105.
p. 309 ‘[…] in het jaar 2029…’, Lohre, Der kühnste Plan, 98.
p. 309 ‘Conferenties, redevoeringen en bezoeken…’, Voigt, Atlantropa, 89.
p. 310 ‘Het stoutmoedigste plan…’, Voigt, Atlantropa, 8.
p. 310 ‘[…] werkelijk fabelachtig project…’, De Locomotief, 10 september 1931.
p. 310 ‘Zonder twijfel…’, Lehmann, Philipp Nicolas, ‘Infinite Power to Change the World: Hydroelectricity and Engineered Climate Change in the Atlantropa Project’, The American Historical Review 121:1 (februari 2016), 70–100, https://doi.org/10.1093/ahr/121.1.70.
p. 311 ‘[…] visioen van een wereldbeeld…’, Voigt, Atlantropa, 34.
p. 311 ‘Wij moeten komen…’, Voigt, Atlantropa, 34.
p. 311 ‘Want Atlantropa is…’, Lohre, Der kühnste Plan, 372.
p. 312 ‘[…] recht op arbeid…’, Ford, Productie en welvaart, 16.
p. 313 ‘Dat weet ik niet…’, https://cyberneticzoo.com/robots/1928-eric-robot-captrichards-english/
p. 313 ‘Dames en Heren…’, Evening Tribune, 29 januari 1929.
p. 313 ‘Het probleem is…’, Chronicle Telegram, 26 november 1928.
p. 314 ‘Ik weet niet wat zijn toekomst…’, Evening Tribune, 29 januari 1929.
p. 314 ‘Ik hoop hem…’, Zanesville Signal, 5 januari 1929.
p. 314 ‘Ik wil geen baas…’, Efimova, Svetlana, ‘Der Roboter wird 100’, in: Geschichte der Gegenwart, 24 januari 2021.
p. 315 ‘Het leven gaat niet…’, Efimova, ‘Der Roboter wird 100’.
p. 315 ‘Niemand heeft schuld…’, Efimova, ‘Der Roboter wird 100’.
p. 316 ‘Waarom zouden…’, Chase, Stuart, A New Deal (New York 1932), 252.
p. 316 ‘Technocratie is dé rage…’, Segal, Howard P., Technological Utopianism in American Culture (Chicago 1985), 122.
p. 316 ‘Te veel mensen – te veel…’, Parrish, Wayne, Technokratie – die neue Heilslehre (München 1932), 10.
p. 317 ‘De machine bereikt…’, Wilson, Machine Age, 40.
p. 317 ‘Energie en machines…’, Ford, Productie en welvaart, 6.
p. 318 ‘Een zware man kan nooit…’, Ford, Productie en welvaart, 23.
p. 318 ‘De boer klimt jarenlang…’, Ford, Productie en welvaart, 24.
p. 318 ‘Zodra de landbouwer…’, Ford, Productie en welvaart, 25.
p. 319 ‘Ik stel als axioma dat…’, Ford, Productie en welvaart, 8.
p. 319 ‘Dat is feitelijk diefstal’, Ford, Productie en welvaart, 13.
p. 319 ‘Óns werksysteem leeft…’, Ford, Productie en welvaart, 15–16.
p. 319 ‘In een energiestaat…’, Parrish, Technokratie, 256.
p. 319 ‘Persoonlijke behoefte…’, Pfeiffer, Eduard, Technokratie. Wie amerikanische Techniker und Forscher sich die Überwindung der Maschinenherrschaft denken (Stuttgart 1933), 54.
p. 320 ‘Einddoel der techniek…’, Pfeiffer, Technokratie, 28.
p. 321 ‘Ik heb daar voorgoed…’, Weil, Simone, Filosoof in de fabriek. Filosofische en politieke geschriften (Utrecht 2023), 17; zie ook: Eliot, T. S., in: Weil, Simone, The Need for Roots. Prelude to a Declaration of Duties towards Mankind (London 2009 [1952]), v–xvi.
p. 321 ‘[…] wanneer het denken…’, Weil, Filosoof in de fabriek, 20.
p. 321 ‘Het betrekkelijke gemak…’, Weil, Filosoof in de fabriek, 18–23.
p. 322 ‘Ze kon niet leven…’, Weil, Filosoof in de fabriek, 28.
p. 322 ‘Omdat allen met dezelfde…’, Pfeiffer, Technokratie, 60.
p. 322 ‘Iedere man, iedere vrouw en…’, Chase, The Tragedy of Waste, 272.
p. 323 ‘[…] willekeurig verstrooid en…’, Chase, The Tragedy of Waste, 274–275.
p. 323 ‘Daarom plundert men…’, Pfeiffer, Technokratie, 40.
p. 323 ‘De hele kindertijd…’, Efimova, ‘Der Roboter wird 100’.
p. 324 ‘Literatuur in het hoofd…’, Segal, Technological Utopianism, 28.
p. 324 ‘De massa is lichtgelovig…’, Barry, Rising Tide, 267.
p. 325 ‘Als de vooruitgang…’, Segal, Technological Utopianism, 107.
p. 325 ‘Waar zijn de wetenschappers…’, Chase, The Tragedy of Waste, 279–280.
p. 326 ‘Dat is een handvol…’, Pfeiffer, Technokratie, 25.
p. 327 ‘Noteer elk uur…’, Wood, Patrick M., Technocracy. The Hard Road to World Order (Mesa 2018), 13.
p. 327 ‘[…] er blijft maar…’, Pfeiffer, Technokratie, 37.
p. 327 ‘Het is een duur middel…’, vgl. Parrish, Technokratie, 10.
p. 328 ‘Niet ver van je eigen…’, Pfeiffer, Technokratie, 52.
p. 329 ‘Wij spreken de taal van…’, vgl. Elsner, Henry Jr., The Technocrats. Prophets of Automation (New York 1967).
p. 333 ‘[…] er gaat veel veranderen…’, Ford, Productie en welvaart, 329.
p. 334 ‘[…] het indringende gevoel…’, Segal, Technological Utopianism, 54.
p. 334 ‘Ze zijn excentriek…’, Segal, Technological Utopianism, 52.
p. 334 ‘Een wetenschapper…’, Wood, Technocracy, 11.
p. 334 ‘Echte wetenschap is…’, Segal, Technological Utopianism, 31.
p. 334 ‘[…] vergif van het scientisme’, Segal, Technological Utopianism, 11.
p. 336 ‘Alles herhaalt zich maar…’, Schiller, Friedrich, An die Freunde (vertaling Rob Schouten).
p. 337 ‘Ik heb voor niets geleefd’, Morales, Michel, Atlantropa – Der Traum vom neuen Kontinent (Dresden 2005) [YouTube].
p. 337 ‘Ook als wij het niet…’, Morales, Atlantropa – Der Traum vom neuen Kontinent.
p. 337 ‘In deze ene nacht…’, Banning, Cornelis Lely, Ingenieur van het nieuwe Nederland, 233.
p. 338 ‘In een staatsman…’, Ham, Verover mij dat land, 330–331.
p. 338 ‘[…] doodklap voor de Zuiderzee…’, Mutsaers, Charlotte, Kersebloed (Amsterdam 1990), 92.
p. 339 ‘[…] op het strand van Genua…’, Voigt, Atlantropa, 8.
p. 339 ‘[…] de open bekentenis…’, Voigt, Atlantropa, 24.
p. 339 ‘In verhouding tot de…’, Gall, Atlantropa-Projekt, 64.
p. 342 ‘Wat zegt de aarde…’, Kutter, Anton, Ein meer versinkt (Spielfilm 1936) [YouTube].
p. 342 ‘Van hem kan in geen geval…’, Voigt, Atlantropa, 107.
p. 343 ‘Groot-Duitsland…’, Lohre, Der kühnste Plan, 296.
p. 344 ‘Als de witten…’, Lohre, Der kühnste Plan, 91.
p. 344 ‘Ik heb alleen…’, Lohre, Der kühnste Plan, 295.
p. 345 ‘Europa heeft…’, Köller, Sörgels Atlantropa, 84.
p. 345 ‘We verwarmen de hemel!’, Sörgel, Atlantropa ABC (München 1952), 27.
p. 346 ‘Dus bestaat het belang…’, Köller, Sörgels Atlantropa, 10.
p. 346 ‘Hij doceert als een doctor…’, Lohre, Der kühnste Plan, 34.
p. 347 ‘De dagen van waterkracht…’, Voigt, Atlantropa, 122.
p. 347 ‘Hoeden wij ons ervoor…’, Lohre, Der kühnste Plan, 443.
p. 348 ‘[…] een van die creatieve geesten…’, Gall, Atlantropa-Projekt, 31.
p. 348 ‘[…] een van de betere momenten…’, Tuchman, Barbara W., ‘Mankind’s Better Moments’, in: The American Scholar 49:4 (1980), 449–463.
p. 348 ‘Grote ondernemingen vereisen…’, Tuchman, ‘Mankind’s Better Moments’, 451.
Epiloog - Monstergolven
p. 351 ‘Het leven kan alleen…’, vgl.: Blok, Anton, De vernieuwers. De zegeningen van tegenslag in wetenschap en kunst 1500–2000 (Amsterdam 2013), 22.
p. 351 ‘Als morgen de wereld vergaat…’, Luther, Martin. Nb.: apocrief, zie: www.Luther.de.
p. 352 ‘Angst en democratie zijn…’, in: Han, Byung-Chul, Der Geist der Hoffnung. Wider die Gesellschaft der Angst (Berlin 2024).
p. 352 ‘[…] flying Haldeman…’, in: ‘The Failed Ideas That Drive Elon Musk’, Lepore, Jill, The New York Times, 4 april 2025.
p. 352 ‘Volwassenen zeggen altijd….’, Thunberg, Greta, ‘Our house is on fire’, Davos, 25 januari 2019.
p. 353 ‘Wie het midden verlaat…’, Sedlmayr, Hans, Verlust der Mitte. Die bildende Kunst des 19. Und 20. Jahrhunderts als Symptom und Symbol der Zeit (Berlin 1956), Motto.
p. 353 ‘Hoop is het ding…’, Dickinson, Emily (1891 [1861]), “‘Hope’ is the thing with feathers”, www.en.m.wikipedia.org.
p. 354 ‘De bus rijdt…’, Vasalis, M., De Afsluitdijk, in: Parken en woestijnen (Amsterdam 1940).